Home
Het systeem
Bladmuziek
Stickers
Meespeel cd's
Lessen
Bestellen
Contact
Locatie: Lessen

Adviezen over het leren spelen van de kleurmuziek liedjes.

Een bekend lied

Allereerst helpt het de leerling enorm als hij het aan te leren lied al kent.Als dit niet het geval is, dan is het goed om het lied regelmatig samen te zingen, bijvoorbeeld tijdens de dagelijkse afwassituaties. Luisteren en samen meezingen met de begeleidings Cd's is overigens een uitstekende en plezierige manier om het liedje te leren. De leerling ontwikkelt zo vrij terloops een beeld van het ritme, de opbouw, de melodie en de tekst van het lied. Aan de hand van dit innerlijke muzikale beeld van het lied kan de leerling het lied sneller aanleren en gespeelde fouten op het keyboard beter corrigeren.

Hoe lees je?

Daarnaast is het belangrijk dat de leerling weet of leert dat de kleurmuziek van links naar rechts en van boven naar onder gelezen moet worden. Ook moet de leerling weten dat je aan het eind van een regel naar de linkerkant van een volgende regel moet kijken. Wellicht voor de hand liggend, maar je moet het wel even weten.

Het kijken

Bij het spelen van kleurmuziek vervult het kijken een belangrijke functie;

1.De leerling moet leren of proberen te onthouden op welke regel hij is en welke noot er nu gespeeld gaat worden. (leesfixatie)

2.Daarna zal de leerling steeds van de kleurmuziek naar de toetsen moeten kijken om zo de goede toets te vinden en te spelen.

3.Vervolgens weer naar de kleurmuziek, de goede regel terugvinden en de volgende noot spelen.

Deze handelingen van wisselend kijken tussen de kleurmuziek en de toetsen, luisteren naar hoe het klinkt, het spelen van de juiste toetsen en het zoeken naar een goede muzikale timing spelen zich in vrij korte tijd af en is best complex te noemen. Zeker in het begin zal dit waarschijnlijk wat langzaam verlopen.

Hulp van een begeleider

Het kan de leerling helpen als een begeleider in het begin wat hulp geeft door aan te wijzen welke kleur er nu gespeeld gaat worden. Zo leert de muzikant terloops het van links naar rechts en van boven naar beneden lezen. Als de begeleider zachtjes meezingt in het tempo waarin de leerling speelt, geeft dit de leerling ook steun en informatie over waar hij zich in het liedje bevindt.

Zelf aanwijzen

Het is belangrijk dat de leerling -na wat hulp in het eerste begin- zelf leert aan te wijzen met de linkerhand, waarbij een goede volgorde is:

1. kijk naar de eerste kleurnoot in je boek op regel 1 van het lied

2. wijs deze noot aan met je linkerhand en houdt je vinger onder de kleurnoot en op de zwarte lijn

3. speel deze noot op je instrument met je rechterhand

4. kijk naar je boek en wijs de volgende kleurnoot aan enz.

Deze manier van aanwijzen zorgt ervoor dat de leerling zichzelf helpt bij het leren 'lezen' van de kleurmuziek.

De kleurvolgorde van de toetsen

Naast het lezen van de kleurmuziek uit het boek is het belangrijk dat de leerling een visueel beeld ontwikkelt van de kleurvolgorde van de toetsen op zijn instrument. Als de leerling bijvoorbeeld weet dat de groene toets naast de bruine ligt, kan hij sneller en daardoor beter spelen.

Voorbeeld van een oefening/spelletje hiermee:

De leerling legt zijn duim op de gele toets. De begeleider vraagt de leerling om de blauwe toets te spelen met de wijsvinger. Dan weer de gele toets spelen met de duim. Deze oefening wordt herhaald, maar dan met behulp van een boek of iets anders boven de handen van de leerling, zodat de toetsen niet zichtbaar zijn. De leerling kan ook even naar boven kijken. Als de leerling het even niet weet, dan gewoon even het boek weghalen.

Deze oefening start natuurlijk met twee kleuren die naast elkaar liggen en kan uitgebreid worden tot het 'blind' spelen van vijf of meer kleuren die niet naast elkaar liggen.

Welke vingers?

De vingerzetting is meestal geen punt van aandacht. Het is goed, maar niet noodzakelijk, om alle vijf de vingers te gebruiken. Meestal ontwikkelen de leerlingen zelf een werkbare manier van vingerzetting, waarbij meerdere vingers gebruikt worden.

Pas als er zeer onlogische vingerzettingen gebruikt worden, die veel tijd vragen om uitgevoerd te worden -en daarmee de snelheid uit het liedje halen- is het zaak om hier meer aandacht aan te besteden. Het nummeren van de vingers (duim 1 tot en met de pink nummer 5) en deze getallen boven de kleurnoten schrijven werkt over het algemeen prima.

Uit het hoofd spelen

Bij het lezen van de kleurmuziek ontwikkelen een aantal leerlingen zich zo, dat de rol van de kleurmuziek steeds kleiner wordt; de leerling gaat de liedjes steeds meer uit het hoofd spelen en gebruikt de kleurmuziek voor het vinden van de begintoon.

Dit is een uitstekende en normale muzikale ontwikkeling, waarbij de leerling steeds meer gebruik maakt van zijn eigen muzikale mogelijkheden. De kleurmuziek is dan nog nodig bij de wat moeilijkere stukken uit het lied, of bij het aanleren van nieuwe liedjes.

Het spelen van het ritme van het lied

Als een leerling moeite heeft met het spelen van het ritme van het lied, kun je het ritme (=de woorden van het liedje) samen klappen.

Als dat geen resultaat geeft kan het zijn dat de leerling een onduidelijk of onjuist beeld heeft van het ritme van het liedje. Het helpt dan om het liedje vaak voor te zingen en tegelijkertijd het ritme in de handen van de leerling te klappen. Hierbij is het belangrijk dat de leerling zelf niet zingt, maar luistert en ervaart. Zo voelt hij ook hoe het ritme van het liedje gaat. Als op een later moment het liedje weer samen geklapt wordt, zal blijken of de leerling een beter ritmisch beeld heeft gekregen van het liedje.

Hoe lang zijn de verschillende kleurmuzieknoten?

De verschillende grootte van de kleurnoten en ook hun onderlinge afstand geeft informatie over de lengtewaarde van een noot.

In vergelijking met het 'normale' notenschrift:

De langwerpige, brede noten kunnen vergeleken worden met de zogenaamde halve of hele noten. Deze duren vaak 2 of meer tellen.
De vierkante noten kunnen vergeleken worden met kwartnoten en duren meestal 1 tel.
De iets kleinere, smalle blokjes kunnen vergeleken worden met de achtste noten en duren meestal een halve tel

Om de verschillende lengteduur van de noten aan de muzikant duidelijk te maken krijgt elke noot -los van de kleur- een naam:

De langwerpige, brede noten heten 'Lang' en dit (belangrijk!) wordt ook als 'laaannnggg' uitgesproken. De vierkante noten heten 'Kort' en worden normaal uitgesproken.
De kleinere smalle blokjes heten, als zij in tweetallen voorkomen, 'Kor-ter' en worden snel uit gesproken.

Voor de begeleiders is het van belang om zich te realiseren dat muziek maken ook een tijds­kunst is: De betekenis van een lange noot is niet alleen dat hij lang duurt; belangrijker is dat hij lang ingedrukt moet worden tot aan de volgende noot. Het gaat vaak om de lengteduur tot aan de volgende noot.

Zo is de praktische betekenis van een of meerdere korte noten niet alleen dat ze kort duren, maar meer dat je snel de volgende noot moet spelen.

Voorbeeld 1.: [----] [----] [----------------]

                     Kort Kort Lang

of

Voorbeeld 2.: [] [] [] [] [----------------]

                 KorterKorter Lang

In het tweede voorbeeld volgen alle noten elkaar sneller op.

Het spelen van de akkoorden met de linkerhand

Het is aan te bevelen om hiermee pas te beginnen als het spelen van liedjes met de rechterhand al vrij goed beheerst wordt. Daarna kan het beste begonnen worden met het leren spelen van drie - veelgebruikte- linkerhandakkoorden; geel, rood en groen.

Begin met geel waarbij geleerd wordt om dit gele akkoord in één keer in te drukken met drie vingers (bijvoorbeeld de duim (1), de wijsvinger (2) en de pink (5).

Wissel daarna af met het rode akkoord. Je zult bemerken dat het hierbij mogelijk is om de pink ingedrukt te houden, omdat op deze toets zowel een gele als rode sticker geplakt is.Probeer deze kleuren steeds achter elkaar te spelen en af te wisselen. In het begin door er ook goed naar te kijken, maar later ook spelen waarbij je naar iets anders kijkt.

Ditzelfde is ook mogelijk met het gele en het groene akkoord. Bij de wisseling tussen deze twee akkoorden zul je merken dat je de wijsvinger (2) ingedrukt kunt houden, omdat op deze toets zowel een gele als groene sticker geplakt is.

De overgang tussen het rode en het groene akkoord is wat lastiger, omdat alle drie de toetsen hierbij verschillend zijn.

Op dezelfde manier kunnen ook de andere kleurakkoorden geoefend worden.

Bij het spelen van de linker- en de rechterhand samen, verdient het de voorkeur om dit eerst te oefenen zonder de meespeel- en begeleidings Cd. Pas als het lied zonder zoekmomenten naar het goede kleurakkoord gespeeld wordt, kan de Cd erbij gebruikt worden.

Oefenen

Om een antwoord te geven op de vraag 'hoe vaak en hoe lang moet je nu oefenen' geldt als stelregel: vaak en kort.

Een goede en effectieve manier van oefenen is als er elke dag kort, bijvoorbeeld tien tot vijftien minuten, gespeeld wordt. Dit is veel beter dan één keer per week anderhalf uur oefenen. Oefenen kan ook heel goed betekenen dat het te spelen liedje een aantal keer beluisterd wordt vanaf de Cd. Als je een goed beeld hebt van het te spelen lied, lukt het vaak beter.

Het oefenen van het spelen van de liedjes koppelen aan een bepaalde situatie, bijvoorbeeld voor- of na het eten, blijkt in de praktijk een goed hulpmiddel om het oefenen niet te vergeten.

Hoe kun je de leerling op een goede manier helpen of corrigeren

door de aandacht te leggen op een bepaald stukje van een lied
door het betreffende stukje een paar keer voor te spelen, waarbij de leerling kijkt en luistert
vertellen dat je denkt dat de leerling meer kan dan dat hij nu laat zien en horen en dat je verwacht dat hij dat stukje over een tijdje wel kan spelen als hij goed oefent

Tot slot geldt -en dat zullen de meeste begeleiders ook wel weten- dat een schouderklopje, een compliment of het benoemen van wat de leerling wel goed doet, vaak veel beter werkt dan het accent leggen op wat er fout gaat bij het spelen van het liedje


Lessen

De lesmethode

Computer

Adviezen

Multi-Kleur muzieksysteem ©